Praktijkvoorbeelden liefdevolle zorg

Met enige regelmaat zetten wij ons in voor de verbetering van de kwaliteit van de verpleeghuiszorg, thuiszorg, gehandicaptenzorg, mantelzorgondersteuning en huishoudelijke hulp. Wij voeren, in opdracht van Perspekt, audits uit op basis van PREZO, een resultaatgericht kwaliteitssysteem. Het gaat daarbij om de waarde die de zorgorganisatie toevoegt aan de cliënt. De cliënt is het vertrekpunt bij PREZO, de werkafspraken en procedures zijn ondersteunend.

Dat is wel zo fris

Een verhaal over Huishoudelijk Hulp

Door marita meulmeester

Dat kwaliteitstoetsing van Huishoudelijk Hulp mijn betaalde werk is, durf ik mijn moeder niet te vertellen. Het talent van mijn moeder, een vakvrouw in het huishouden, is niet aan mij doorgegeven. De opmerking van mevrouw Kustermans, tijdens een auditbezoek, was de bekende spijker op zijn kop: ‘Nou zit je al 10 minuten vragen te stellen, wanneer pak je nou eens de stofdoek?’ Wat ik wel heb meegekregen is de kunst van het luisteren. Dat levert mooie inzichten op. Wat vinden mensen belangrijk en waarderen zij aan hun hulp in het huishouden?

Mevrouw Pietersen vertelt dat ze hecht aan vaste afspraken. Zij houdt zichzelf vooral ook aan die afspraken. ‘Ik zeg tegen die dokter: ik vind alles goed, maar op maandag komt Loes (de vaste hulp) dus dan kan ik niet’.

Mevrouw De Groot heeft alle begrip voor het feit dat de hulp veilig moet kunnen werken: ‘Ja, ja, ik weet dat ze geen bleekmiddel mag gebruiken. En dat doet ze ook echt niet hoor! Maar als ze weg is, gooi ik toch zelf een scheutje door de wc? Dat is wel zo fris, vind ik.’

Mevrouw Willemsen houdt van ‘ouderwets’ schoonmaken. ‘Lucie komt hier al zeventien jaar en ze kan goed schoonmaken. Zij is nog van de oude stempel. Als ze met vakantie is, dan zeg ik de hulp tijdelijk op. Ik heb één keer meegemaakt dat ze in haar vakantie zo’n jong ding sturen. Die kan niet schoonmaken en ik heb haar dan ook meteen weer weggestuurd’.

Foto_praktijkverhaal_MV_1.jpg

Mijnheer Jansen heeft er begrip voor dat niet alles kan: ‘Mijn overleden vrouw hield van boeddhabeeldjes, zoals u ziet. Die stof ik elke dag zelf af. Ook alle andere snuisterijen houd ik zelf bij. Zelfs de kanariekooi verschoon ik zelf. Ik kan toch onmogelijk vragen dat Maria dat ook nog allemaal bijhoudt? Er zijn wel grenzen!’

Voor mevrouw Witteman is de hulp haar vertrouwenspersoon. ‘Dan vertel ik Carla dat het toch niet meer zo lekker gaat met wassen en aankleden. Zij heeft dat doorgegeven aan de thuiszorg. Zelf zou ik dat niet durven vragen’.

Ouderen mensen blijven langer thuis wonen. Huishoudelijke hulp is vaak de eerste ondersteuning die nodig is. Dit vak is veel meer dan schoonmaken. De ‘hulp’ heeft bijvoorbeeld een signalerende functie, want ze is de ogen en de oren bij de zorgvrager in huis. Ze is ook een vertrouwenspersoon, want het is degene die wekelijks een paar uur aan je persoonlijke spullen zit en met je praat. Het is een complex vak, dat mag best eens in de schijnwerpers gezet worden.

Dank voor het normale gesprek

Een verhaal over fysieke en relationele veiligheid

Door marita meulmeester

Verzorgingshuizen met relatief vitale ouderen bestaan niet meer. De bewoners zijn tegenwoordig op hoge leeftijd en hun zorgvraag neemt toe. Daarom krijgen medewerkers trainingen. Het begrip ‘onbegrepen gedrag’ is in the air. Dit betekent een persoonlijke benadering en de natuurlijke gave om je te willen verdiepen in een persoon.

Het echtpaar Gerardts is zorgmijdend en kan zichzelf niet redden. De thuissituatie is onveilig. Er is sprake van huiselijk geweld en mevrouw is erg afhankelijk van haar man. Zij kan niet voor zichzelf zorgen. Op een dag wordt meneer Gerardts heel ziek en moet hij acuut naar het ziekenhuis. Mevrouw Gerardts raakt in paniek en slaat wild om zich heen. Haar toestand is zorgwekkend als zij aankomt op de spoedafdeling van het woonzorgcentrum. Drie weken later ontmoet ik mevrouw Gerardts als ik voor een audit op bezoek ben. Zij is erg boos dat haar naambordje is verdwenen. Ze heeft nu geen naam! Ze kijkt verdrietig en boos, maar ook vragend tegelijk. Ik mag binnenkomen. Haar kamer is vrij kaal, er staat een tas die nog niet is uitgepakt. Of is hij net ingepakt?

Mevrouw Gerardts vertelt dat ze vaak wordt bedonderd en gepest. Ze vertelt nog meer dingen uit haar verleden. De verpleegkundige die erbij is, luistert aandachtig en vult het verhaal aan met voor mevrouw herkenbare anekdotes. Na een tijdje zegt mevrouw dat ze ons niet langer wil ophouden; ze wil eerst rusten en dan naar huis. Haar boosheid is weg en er staat een lach op haar gezicht. Ze zwaait en zegt: ‘Bedankt voor het normale gesprek’. Ik vat het op als een leuke vorm van beleefdheid.

 

project mens-0156.jpg


De verpleegkundige weet wel beter. Ze vertelt dat deze uitspraak betekenisvol is. Het is een signaal dat mevrouw vertrouwen heeft. Gelet op haar achtergrond en verleden is een ‘normaal gesprek’ iets bijzonders. Dat ze uit zichzelf iemand bedankt, is een teken dat zij zich op dit moment veilig voelt.

Na een kwartier staat mevrouw Gerardts in de huiskamer en loopt op ons af: ‘Wie is hier de baas? Ik wil naar huis. Mijn man is in het ziekenhuis. Ik ben flink aan het dementeren. Ik weet niet alles meer, maar ze stelen hier mijn naam.’ De verzorgende vraagt of mevrouw met haar mee wil lopen voor een praatje en een chocolaatje: ‘Iets voor de buitenkant en iets voor de binnenkant.’ Ze raakt mevrouw Gerardts niet aan, want dat is een prikkel die mevrouw niet aankan. Samen lopen ze weer naar ‘huis’. ‘Fijn dat u er bent’, hoor ik mevrouw Gerardts zeggen.

Samen leven

HIER BEN JE EEN DEEL VAN DE GEMEENSCHAP

Door Marita Meulmeester
Wonen met zorg in een prachtige bosrijke omgeving. Wie wil dat niet? Het is een bijzondere setting. De instelling is in feite een klein dorp, met een theater, een huiskamer en met diverse winkeltjes die worden gerund door de bewoners. Elkaar ontmoeten staat hier centraal. Dat begint al ‘s ochtends in de koffiehoek waar de hele dag gratis koffie is te krijgen. Het sociale contact met gelijkgestemden is voor de bewoners heel belangrijk.

Kenmerkend voor deze organisatie is de betrokkenheid bij elkaar. Iedereen heeft een rol en zet zich in naar vermogen. De bestuursleden zijn ooit begonnen als vrijwilliger en doen nu ook nog zelf vrijwilligerswerk. Ook de medewerkers zetten vaak na afloop van hun dienst hun ‘vrijwilligers pet’ op. Zij blijven dan hangen om klusjes te doen of een praatje te maken.

Dan de bewoners zelf. Zij helpen elkaar met een bezoek aan het ziekenhuis of met boodschappen doen. De familie heeft ook een rol. Zij helpen bijvoorbeeld bij het koken in het weekend en bij de activiteiten op de dagbesteding. Zo draagt iedereen bij.

Ook Simon. Van huis uit is hij schilder. Hij maakt mooie schilderijen en hij is huisschilder. Hij heeft een chronische aandoening en kon niet langer zelfstandig in zijn eigen huis wonen. Hij heeft zijn huis verkocht en dankzij zijn zoon heeft hij hier zijn nieuwe woonplek gevonden.

bijdetijd-3889.jpg

 

Hij is wel blij dat het pand een aardige opknapbeurt nodig heeft. Hij schildert elke dag een stukje van het pand, dat is goede bewegingstherapie. Daar is hij heel trots op. ‘De erkenning en aandacht is mijn medicijn’, lacht Simon.

Anna en Karel hebben elkaar hier leren kennen en zijn vier jaar geleden getrouwd. Anna is 94 jaar oud. Karel heeft een oude vrouw getrouwd, dat zegt hij zelf, want hij is zelf ‘pas’ 88 jaar. ‘Maar ik heb geen spijt’, zegt Karel. ‘Hier ben je een deel van de gemeenschap. En het mooie is dat je hier als echtpaar kan wonen’. Anna is hier echt gelukkig. Zij doet als vrijwilliger de zogeheten huisbezoeken. Zij gaat in gesprek met mensen en kan dan aan de thuiszorg doorgeven of er mogelijk extra ondersteuning nodig is. ‘We doen hier alles samen.'

Olcea nieuwe zorglandschap

Door Marita Meulmeester

Olcea Nieuwe Zorglandschap is, behalve een mooie naam, een pareltje in het Nederlandse zorglandschap. Olcea verleent thuiszorg aan mensen uit de Syrisch-Orthodoxe gemeenschap in Hengelo en Enschede. Alle medewerkers van Olcea hebben kennis van en affiniteit met de Syrisch-Orthodoxe, Turkse en Armeense doelgroep. Zo voelt iedereen zich thuis. 

Het hoofdkantoor ligt in Hengelo en dat is voor mij leuk vertoeven, als Twentse bestuurskundige. In de middag liep ik mee met de route van de wijkverpleging. We gingen op huisbezoek bij een Syrische klant. Ik stapte in de auto met de Turkse hoofdverpleegkundige en de Syrische eerstverantwoordelijk verzorgende, de vaste contactpersoon voor de klant. 

Beide dames hadden liefdevolle woorden over voor hun baas. Hij is zeven dagen, 24 uur bereikbaar voor alle klanten en medewerkers. 'Als hij je iets vraagt, wil je gewoon ja zeggen: zijn inspiratie werkt als een magneet'. Geschater en gegiechel op de achterbank! Daarmee was de toon voor de middag meteen gezet. Hoe mooi is dat. Waar hoor je dit nog in de tijden van grote afstand tussen managers en de werkers of de aanhoudende berichtgeving over te weinig tijd en aandacht voor de klant? Zo gaat het duidelijk niet bij Olcea.
 

 

 

We belden aan bij de klant, een jonge vrouw nog maar pas gevlucht uit Syrië met erg veel problemen. Ineens zag ik mezelf zitten… ik was hier aan het werk voor een kwaliteitstoetsing. Tot mij drong door, deze jonge vrouw komt niet uit een cultuur van cliënttevredenheidsonderzoeken. Er is beslist ook geen ZorgkaartSyrie. Zou zij bang zijn voor mijn vragen? Mogelijk maakte zij zich zorgen over de gevolgen voor haar zorg of verblijfsvergunning. Ik besloot het te benoemen om haar gerust te stellen. 

Ik keek naar de twee zeer betrokken verpleegkundigen in gesprek met de jonge vrouw. Hard aan het werk om haar leven weer een beetje op de rails te krijgen. Handen, voeten, Turks, Syrisch, Arabisch, aandacht, plezier en warmte waren de ingrediënten van dit stoofpotje. Soms hoef je niet te vragen of de klant tevreden is. Je ziet het voor je ogen gebeuren.

Thuis in het verpleeghuis

HOE DOE JE DAT?

DRIE VOORBEELDEN:

Lekker op de bank
Na lunchtijd kwam ik op een dagactiviteitenruimte voor een gesprek met de coördinator en om cliënten te spreken. De ruimte grensde aan het restaurant/recreatiezaal van het verpleeghuis. Toevallig was dit net het moment waarop cliënten gingen rusten. De meesten hadden zo’n speciale stoel die je kunt kantelen en waarin je prima een middagdutje kunt doen. Een mevrouw die geen behoefte had aan slaap zat lekker te lezen. Om de hoek in de recreatiezaal had een meneer het helemaal naar zijn zin. Hij had zijn schoenen uitgetrokken en lag heerlijk en ongestoord te snurken op een bank in de zithoek van de grote zaal. Hoe meer thuis kun je zijn?

Het is hier een ramp
In het verpleeghuis liep ik mee met een bewoner en een verzorgende. Ik vroeg hoe het wonen hier voor hem was. Mijnheer antwoordde met twinkelende ogen: 'Een ramp!' Hij pakte een foto van zijn overleden moeder erbij, haar achternaam was Ramp. Het duurde even, voordat we het door hadden, maar we gingen er eens goed voor zitten. Hij koos een woordgrapje om aan te geven dat hij zich thuis voelde. Bij vertrek uit zijn kamer hield mijnheer de deur voor mij open en gebaarde dat ik voor mocht gaan. Een echte gentleman. Tegen de verzorgende die er bij was, zei hij: 'Dag prinses!' Wat een mooi compliment.

 

 

Foto thuis verpleeghuis.jpg

Sint-Maarten in het verpleeghuis
Het was 11 november. We hadden een vol auditprogramma voor de boeg. ’s Middags kwam een schoolklas met kinderen van een jaar of zeven met zelfgemaakte lampionnetjes op bezoek. Zij kwamen Sint-Maarten vieren op de huiskamers van de bewoners. Kindergeluiden rolden het huis binnen. Bewoners, vrijwilligers en medewerkers liepen naar de hal om de kinderen te verwelkomen. Er kwam een jongetje naar mij toe en zei: 'De mensen hebben hier een huis voor bejaarden gebouwd en wij komen vaak op bezoek'. Zingend trokken ze hand in hand door het verpleeghuis. De bewoners hadden allemaal snoepgoed in huis gehaald samen met de verzorgers. Iedereen zong vrolijk mee.

Iedereen mag hier zichzelf zijn

Door Marja Veltman

Geen enkel verpleeghuis is standaard. Sóms kom je voor de audits van Perspekt op wel heel bijzondere locaties. Zo was ik in een verpleeghuis voor ouderen van divers pluimage die niet in een ‘gewoon’ verpleeghuis terechtkunnen: ouderen met een verslaving al dan niet in combinatie met GGZ-problematiek, mensen met Down, met verstandelijke beperkingen en voormalige zwervers. De meeste cliënten hebben geen rooie cent tot hun beschikking. 

De visie in dit verpleeghuis is dat iedereen zichzelf mag zijn. Dat is voor medewerkers niet altijd eenvoudig. Er zijn cliënten die bang zijn voor water, die hun haren en nagels niet laten knippen of alles wat ze in de algemene ruimtes tegenkomen opeten of -drinken, zoals bijvoorbeeld handalcohol, of die elke dag medebewoners uitschelden. 

 

Het samenleven van deze cliënten kent een bijzondere invulling. Woongroepen bestaan uit ongeveer 10 cliënten, van wie bekeken is of hun levenservaring overeenkomt, ongeacht de aandoening of leeftijd die mensen hebben. Dit blijkt het beste te werken. Er is een strakke dagstructuur met een verplicht dagbestedingsprogramma tussen de maaltijden door. Het uiteenlopende activiteitenaanbod op het terrein biedt voor iedereen wat wils. Vrijwel alle cliënten roken. Dit is een vaststaand gegeven en in het pand zijn hiervoor verschillende rookgelegenheden gecreëerd.

Het is hier een dynamische samenleving, waar voor elk vraagstuk een praktische oplossing wordt gezocht. Medewerkers beschikken over twee uur per week 'quality time' voor de cliënten, buiten het vaste dienstrooster. Deze tijd besteden zij o.a. aan het verdiepen van het contact met hun cliënten en het bijwerken van de zorgplannen. Hoe mooi kan het werken in een verpleeghuis zijn?