Nieuwsbrief 2019-3

Gewoon aanwezig zijn

Door Marita Meulmeester

Op 21 mei 2019 heeft de minister de Tweede Kamer laten weten hoe het gaat in de verpleeghuizen. Het gaat weer de goede kant op. In het afgelopen jaar hebben de verpleeghuizen extra medewerkers aangetrokken. Hierdoor is er meer tijd en aandacht voor bewoners. Daarmee is volgens de minister ‘Een brede beweging naar persoonsgerichte verpleeghuiszorg op gang gekomen’. 

Wat is nu eigenlijk persoonsgerichte zorg? Een mooie ontwikkeling vind ik persoonlijk de aanstelling van personeel op de huiskamers die geen zorgtaken hebben. Het zijn nieuwe functionarissen die nauw samen werken met het zorgpersoneel en de vrijwilligers. Meestal worden ze huiskamer- of zorgassistenten genoemd. Zij zorgen voor een kopje koffie, spelen een spelletje of lezen een boekje samen met de bewoner. Waar de verzorgende bezig is met de zorgtaken, hebben deze medewerkers de tijd en rust om gewoon met iemand te gaan zitten.

Ik durf te wedden dat door deze persoonlijke aandacht het aantal incidenten, de inzet van rustgevende medicatie en het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen zal verminderen.

Een klein voorbeeld uit de praktijk. Mijnheer van Egmond woont in het verpleeghuis en is dementerend. Zijn vrouw komt dagelijks op bezoek en hij wil haar het liefst 24 uur per dag om zich heen. Hij is argwanend als ze er niet is. Zoals gebruikelijk lunchen ze samen. Ze hebben daarvoor een eigen hoekje in de gemeenschappelijke ruimte. In de ruimte lunchen 5 andere bewoners die allemaal aandacht behoeven. Na de lunch gaat mevrouw van Egmond terug naar huis. Mijnheer snapt dit niet, hij wordt onrustig en heel boos. De andere bewoners reageren hier op en worden ook onrustig. De assistente op de huiskamer brengt mijnheer naar zijn eigen stoel in de zithoek. Ze gaat bij hem zitten. Ze maakt een praatje over zijn schildersbedrijf en pakt een tijdschrift over voetbal. Mijnheer wordt langzaam rustiger. Daarna zijn ze samen stil. ‘Gewoon aanwezig zijn’, zegt de medewerker.

NBMV_2019-3_1.jpg
NBMV_2019-3_2.jpg

Proactieve zorg in de wijkverpleging

Marja Veltman

Elkaar ontmoeten en elkaar kennen. Dit zijn nog steeds twee kernelementen van de samenwerking tussen zorg en het sociaal domein. Zo bleek maar weer eens tijdens een bijeenkomst van het Kennisnetwerk Ouderzorg Utrecht. Als tweedejaarsstudent HBO-V kon ik de bijeenkomst bijwonen op uitnodiging van de Hogeschool Utrecht. De Hogeschool coördineert het kennisnetwerk met subsidie van ZonMw.

De rol van wijkverpleegkundige maakt een ontwikkeling door van reactieve naar proactieve zorg. Vooruitdenken over potentiële (verpleeg)problemen die wijkbewoners kunnen gaan tegenkomen en daarop preventieve acties inzetten, op basis van effectief gebleken interventies. Daar gaan we naar toe. Om dit goed te kunnen doen is samenwerking met het sociaal domein noodzakelijk.

Onder de ongeveer 50 aanwezigen, afkomstig uit beide domeinen, bestond nog veel onbekendheid over elkaars werkwijze, terwijl de bereidheid tot samenwerking groot bleek. Casuïstiekbespreking in subgroepjes maakte al snel duidelijk dat ieders expertise van belang is. Dit lijkt een open deur, maar de samenwerkingspraktijk is nog steeds weerbarstig. In Utrecht zijn op het thema zorg-sociaal domein ook mooie resultaten behaald. Kijk hiervoor op de website van het programma OmU.

Zo viel voor mij opeens alles samen: als student HBO-V, als oproepkracht in de thuiszorg in Utrecht en als adviseur bij ons bureau ben ik van vele markten thuis.