Nieuwsbrief 2019-2

Op de markt

Kwaliteit van binnenuit

Door Marita Meulmeester

Lentekriebels, de ramen gaan open en zin in een grondige schoonmaak. Met dat gevoel ben ik een maand geleden gestart als concern Kwaliteitsadviseur bij VVT-organisatie Careyn. Wat ik de afgelopen jaren heb geleerd als auditor, mag ik nu in de praktijk gaan brengen. Als auditoren kijken we  van buitenaf in de keukens van verpleeghuizen, de thuiszorg, hospicezorg en hulp in de huishouding. Vaak zien we prachtige voorbeelden, waar we dan ook met enige regelmaat over publiceren op onze website en in de nieuwsbrief van Perspekt.

Nu zit ik ook aan de andere kant van de tafel en mag ik helpen het kwaliteitsbeleid intern te ontwikkelen. De afgelopen weken heb ik kennis gemaakt met enthousiaste mensen die zich bij Careyn bezig houden met het digitale kwaliteitshandboek, calamiteiten, klachten, invoering TriasWeb, Wet Zorg en Dwang, interne en externe audits. En met de personen die succesvol aan de slag zijn geweest met de ‘inspectiepunten’ van de aanwijzing in 2017. De aanwijzing is er af en nu is het tijd om te borgen en te bouwen.

Het vraagstuk waar ik me op focus is: Hoe maak je de slag van 'meten is weten' naar 'leren en verbeteren'? Zeker, als de inspectie tekortkomingen constateert in de basis kwaliteit, dan is het logisch om eerst het huis op orde te krijgen. De dialoog voeren met elkaar over de geleverde kwaliteit is volgens mij the next level. Hier hoop ik mijn steentje aan bij te kunnen dragen.

Participatie en mentaal welbevinden in de thuiszorg

Door Marja Veltman

Het afgelopen halfjaar heb ik als stagiaire HBO-Verpleegkunde meegedraaid in de thuiszorg in Utrecht. Het team waar ik werkte verleent zorg in de serviceappartementen naast een verpleeghuis. Dit maakt dat de thuiszorg bijna een tussenvorm is tussen intra- en extramurale zorg. Thuiszorgcliënten kunnen verschillende indicaties hebben: Zorgverzekeringswet, Wlz of Vpt. Voor cliënten is het soms lastig te snappen waarom de buurvouw met haar rolstoel wel wordt opgehaald door een zorgmedewerker om haar naar het gezamenlijke eten te brengen in de zaal van het verpleeghuis en iemand anders het zelf maar moet zien te redden.

Ook voor de invulling van hun dag kijken thuiszorgcliënten soms afwachtend naar de thuiszorg. Of zij zitten de hele dag thuis en vertellen dat de dagen toch wel lang duren.
Dit is een dilemma omdat ik vanuit mijn rol als wijkverpleegkundige een verantwoordelijkheid voel om een bijdrage te leveren aan een zinvolle dag, wat dat dan ook maar kan zijn voor een individuele cliënt. Tegelijkertijd zijn cliënten zelf verantwoordelijk voor hoe zij hun dag doorbrengen.

Wat zeggen cliënten zelf?

Hoe denken de thuiszorgcliënten over een zinvolle daginvulling? Dat is de vraag waarmee ik bij een aantal cliënten langs ben gegaan. Dit zeggen zij:

‘Ik houd niet van de activiteiten in de zaal van het verpleeghuis, bingo vind ik bijvoorbeeld niets aan. Ik heb vroeger veel gewandeld en houd van de natuur. Omdat ik slecht loop vanwege mijn Parkinson loop ik in huis met een rollator, en naar buiten kan ik bijna met een rolstoel. Zelfstandig kan ik niet de deur uit. Daarbij durf ik niet om hulp te vragen om mij op te halen en thuis te brengen, ik heb geen contact met de buren. Zo had ik bijvoorbeeld graag naar de film over Maarten Luther op 2 november gewild. Maar dat ging dus niet.’

‘Mijn leven zinloos is en bestaat uit wachten, zitten en slapen. Ik luister naar muziek en dat vind ik fijn, lezen gaat niet meer en van luisterboeken val ik in slaap. Vroeger handwerkte ik veel: wandkleden maken, dat gaat nu niet meer en bij de handwerkclub wordt gebreid en dat vind ik niet leuk. Op vrijdagochtend was vroeger in het verpleeghuis hiernaast een activiteit, georganiseerd door Welzijn, daar ging ik graag naar toe. Maar dat is helaas gestopt. Voor mijn gevoel zit ik opgesloten in het gebouw, ik kan nergens heen. Dat is een heel verschil met mijn vroegere leven, want ik heb op verschillende plekken op de wereld gewoond.’

‘Ik lees graag, boeken en de krant en ik spreek verschillende talen. Ik voel me niet geaccepteerd door de bezoekers van de zaal in het nabijgelegen verpleeghuis en houd ook niet van de sfeer en de activiteiten. Communiceren met medebewoners is lastig vanwege mijn onduidelijke spraak met Duits accent. Ik kan niet zelfstandig lopen, want ik heb problemen met mijn evenwicht. Met mijn trippelrolstoel kan ik ook niet zelfstandig naar buiten. Het is niet zo dat ik tegen de muren omhoog vlieg, maar af een toe een iemand op bezoek voor een goed gesprek zou ik leuk vinden.’

_DSC9129.jpg

‘Ik deed op vrijdag altijd mee aan koersbal en vond dat leuk en gezellig. Ik ben nu 92 jaar en ben een paar keer gevallen waardoor ik mij niet meer veilig voel met koersbal spelen. Daarom ben ik gestopt. Nu ga ik op woensdagmiddag klaverjassen, dat is ook gezellig. Ik ervaar de zaterdagmiddag als leeg. Tot voor kort ging ik dan bij mijn zus op bezoek, maar zij is onlangs overleden. Ik zou hier wel een plek willen hebben waar je naar toe kunt gaan en andere mensen ontmoeten, het hoeft geen speciale activiteit te zijn. De kerkdienst is eigenlijk ook zo’n ontmoetingsplek, maar daar is altijd een protestantse voorganger en die spreekt mij niet zo aan want ik ben katholiek.’

‘Tuinieren deed ik vroeger graag, ik stoor me aan het slechte onderhoud van de tuin hier op het terrein. Ik zou best wel iets willen doen, maar ik ben bang om te vallen, dus eigenlijk zie ik dat niet zo voor me. Ik wil ook geen verplichtingen en verantwoordelijkheden meer. Mijn hele leven heb ik al dingen gemoeten. Als ik iets zou moeten noemen wat ik mis, is het iemand om over sport/voetbal te praten.’

Wat kan de thuiszorg doen?

De vraag is nu: wat kan de thuiszorg met deze ervaringen? Het is duidelijk dat er een bepaalde dynamiek ontbreekt. Iets meer sociale cohesie zou helpen. Maar in een woonwijk in de stad zou de thuiszorg zich daarvoor waarschijnlijk niet verantwoordelijk voelen. Of toch wel?
Cliënten zijn behoorlijk zorgafhankelijk en hebben vaak de cognitieve vaardigheden niet meer om iets gezamenlijks te organiseren. Eigenlijk is er vraag naar een soort buurtcafé.
Cliënten met dezelfde interesses aan elkaar koppelen zou ik heel graag willen doen. Of ontmoeting stimuleren in de zaal van het verpleeghuis. Een collega is al druk met het koppelen van vrijwilligers aan cliënten en is daarmee veel tijd kwijt.

Omdat mijn stage daar ten einde liep heb ik dit vraagstuk overgedragen aan de divisiemanager thuiszorg. Zij wil daar dolgraag mee aan de slag. Wanneer het lente is, ga ik eens kijken wat er tot stand is gebracht.